Over onzekerheden, stijl vinden en waarom een stylist veel meer doet dan ‘een beetje
shoppen’
Ze kleedt al twintig jaar bekende Nederlanders, werkt achter de schermen van grote tvproducties en weet als geen ander hoe kleding iemand kan maken of breken. Maar wie denkt
dat het leven van stylist Kelly Huijsman één lange aaneenschakeling is van champagne,
paskamers en designertassen, heeft het mis. “Als mensen zeggen: ‘lekker de hele dag een
beetje shoppen’, dan denk ik: je hebt echt geen idee.”.
We spreken elkaar in de ochtend, aan een tafeltje in een koffiezaak. Buiten komt de dag net
op gang, binnen klinkt het zachte geroezemoes van koffiemachines. Haar telefoon ligt naast
haar op tafel; af en toe licht het scherm op, maar ze laat zich er niet door afleiden.
Ze oogt rustig, gefocust. Alsof ze dit moment bewust even pakt, voordat de rest van de dag
haar weer inhaalt. En zodra ze begint te praten over haar werk, haar klanten en haar kijk op
stijl, wordt dat gevoel alleen maar sterker.
Geen grote verhalen of overdreven glamour. Geen modejargon om indruk te maken. Gewoon
een heldere, eerlijke blik op wat ze doet en waarom. Samengevat: wat een leuke vrouw!
“Ik had helemaal niks met mode en toch alles”

“Ik ben gewoon begonnen door een mailtje te sturen naar styliste Danie Bles,” vertelt ze. “Ik
was twintig, had geen modeopleiding, geen netwerk, niks. Maar ik wist wel: dit wil ik.”
Dat mailtje veranderde alles. Ze mocht langskomen, liep stage en bleef. Tien jaar lang werkte
ze bij een van de bekendste stylingsbureaus van Nederland. Daar leerde ze het vak, bouwde ze
haar netwerk op en ontmoette ze de mensen die ze vandaag de dag nog steeds kleedt.
“Het is eigenlijk heel organisch gegaan,” zegt ze. “Je groeit ergens in, leert van alles en op
een gegeven moment sta je er zelf.”
Toch ging dat niet zonder twijfel. “Er zijn echt momenten geweest dat ik dacht: gaat dit nog
goedkomen? Ga ik hier ooit een normale boterham mee verdienen?” Ze lacht. “Ik denk dat
elke ondernemer dat wel kent.”
Het verschil tussen smaak en stijl
Een van de eerste dingen die Kelly duidelijk maakt: stijl is geen talent waar je wel of niet mee
geboren wordt. “Je kunt het echt ontwikkelen,” zegt ze stellig. “Natuurlijk, sommige mensen
hebben van nature een oog voor wat werkt. Maar uiteindelijk is het iets wat groeit. Je leert
kijken, combineren, voelen.”
En dat laatste voelen blijkt misschien wel het belangrijkste.
“Als iemand iets draagt wat niet klopt, zie je dat meteen. Dan is het niet de persoon, maar de
outfit die je ziet. En dat wil je nooit.”
Volgens haar zit goede styling juist in het tegenovergestelde: het moet zó kloppen dat je het
niet eens meer ziet. Dat iemand gewoon… zichzelf is.
De grootste misvatting over haar werk
“Dat het glamorous is,” zegt ze zonder aarzelen. “Dat mensen denken dat ik de hele dag aan
het shoppen ben.” De realiteit? Deadlines, stress, last-minute wijzigingen, zoeken naar
kleding die er simpelweg soms niet is.
“Soms zijn collecties gewoon minder. Dan heb je alles wat goed is al gebruikt en moet je echt
schrapen. Dat zijn lastige momenten.”
En ondertussen moet het niveau wél hetzelfde blijven. Altijd. “Ik kan niet denken: vandaag
even wat minder. Mijn klanten rekenen op me.”
“Iedereen is onzeker. Echt iedereen.”
Misschien wel het meest opvallende aan het gesprek: hoe vaak het woord ‘onzeker’
terugkomt. “Je komt als stylist heel dicht bij iemand,” legt ze uit. “En wat je dan ziet, is dat
iedereen onzekerheden heeft. Hoe mooi of succesvol iemand ook lijkt.”
Dat maakt haar werk ook zo persoonlijk. Het gaat niet alleen om kleding, maar om
vertrouwen. “Ik probeer altijd te focussen op wat mooi is aan iemand. Maar wel eerlijk. Als
iets niet werkt, zeg ik het ook. Daar win je vertrouwen mee.”
Ze let ook op subtiele signalen. “Als iemand iets aan heeft en je ziet dat het niet goed voelt al
zeggen ze niks dan doen we het gewoon niet. Klaar.”
De kracht van kleding.
Heeft ze ooit meegemaakt dat styling iemands zelfvertrouwen veranderde?
“Als het goed is: altijd.” Ze zegt het bijna alsof het vanzelfsprekend is. Maar dat is het niet.
“Je kunt iemand echt een boost geven. Dat iemand binnenkomt en denkt: meh… en weggaat
en straalt. Dat is het mooiste wat er is.”
Toch relativeert ze ook meteen. “Het is maar kleding. Maar het effect ervan is groot.”
Haar eigen stijl: “Niet te moeilijk doen”.
Als ze haar eigen stijl moet omschrijven, denkt ze even na. “Minimalistisch. Vrouwelijk.
Misschien een beetje Frans.” Ze lacht. “Ik ben totaal niet bohemian. Echt niet.”
Ze houdt van tijdloze stukken, klassieke vormen. Dingen die blijven. “Ik ben niet iemand die
helemaal meegaat in trends. Ik pak eruit wat werkt.”
En dat is meteen haar belangrijkste advies.

Trends: inspiratie of valkuil?
“Gebruik ze als inspiratie,” zegt ze. “Niet als leidraad.” Ze ziet het vaak misgaan: mensen die
van links naar rechts schieten, op zoek naar ‘hun stijl’, maar ondertussen alles proberen
behalve wat echt bij ze past. “Blijf dicht bij jezelf. Dat klinkt cliché, maar het is echt zo.”
En dan komt ze met een mooie tip: “Kijk naar je eigen uitstraling. Je features. En kies daar
juist iets tegenover.”
Ze legt uit: “Heb je een zacht, rond gezicht? Ga niet voor een romantisch bloemenjurkje. Dan
wordt het te zoet. Kies iets stoerders. Dan ontstaat er balans en word je mooier.”
Social media: het perfecte plaatje dat niet bestaat
Het gesprek verschuift naar Instagram, filters en de druk om er ‘perfect’ uit te zien. “Iedereen
denkt dat het bij anderen allemaal perfect is,” zegt ze. “Maar dat is gewoon niet zo.”
Ze ziet het verschil dagelijks. “Als je mensen in het echt tegenkomt, denk je soms: ben jij het
echt?” Ook televisie speelt een rol. “Mensen zien niet dat iemand anderhalf uur in de visagie
heeft gezeten, met perfecte belichting.”
Ze pleit voor meer eerlijkheid. “Ik vind het juist mooi als mensen ook zonder make-up of
minder gestyled iets delen. Dat is echt.”
Creativiteit als (lichte) obsessie
Waar haalt ze haar inspiratie vandaan? “Overal,” zegt ze. “Ik ben de hele dag aan het kijken.
Collecties, winkels, websites…” Zelfs op vakantie. “Ik kan niet rustig liggen zonder dat ik
alle winkels heb gezien. Bang dat ik iets mis.”
Ze noemt het lachend een verslaving. Maar het is ook gewoon onderdeel van haar werk. “Ik
zie een jurk en denk meteen: dit is voor die klant, voor dat moment.”
Het moment dat alles samenkomt
Hoewel ze zegt dat haar werk zelden emotioneel is, is er één moment dat ze niet vergeet. “Bij
het Songfestival,” vertelt ze. “We liepen samen (lees: Chantal Janzen) die zaal in en toen
begon Waterloo te spelen. Dat was zo’n moment… alles viel samen.”
Maanden werk, spanning, verwachtingen – en dan dat ene moment waarop het klopt.
“Dan ben ik gewoon trots.”
Ondernemen: leren op de harde manier
Op de vraag of ze zichzelf een goede zakenvrouw vindt, antwoordt ze eerlijk: “Nee.” Ze heeft
moeten leren om voor zichzelf op te komen, haar waarde te kennen. “Dat is pas echt gekomen
toen ik voor mezelf begon.” Ze kijkt nog steeds op naar haar voormalige mentor. “Niet alleen
als stylist, maar als ondernemer. Die combinatie is zeldzaam.”
De realiteit achter ambitie
Wat haar opvalt aan de nieuwe generatie? “Veel mensen willen het wel, maar…” Ze zoekt
naar woorden. “Het doen is iets anders.”
Ze merkt dat het lastig is om goede assistenten te vinden. Mensen die écht willen werken,
doorzetten. “Ik hoop dat ik mijn dochters daarin iets kan meegeven. Dat hard werken erbij
hoort.”
Tot slot: wat wil ze dat mensen voelen?
Het antwoord komt zonder aarzeling.
“Zelfvertrouwen.”
Maar niet het overdreven, opgelegde soort. Het stille, vanzelfsprekende gevoel dat alles klopt.
“Dat je niet bezig bent met je kleding. Dat je niet hoeft te trekken of twijfelen. Dat je gewoon
kunt doen wat je moet doen.”
Want dat is uiteindelijk waar het om draait.
Niet de jurk. Niet de trend. Niet het plaatje. Maar de persoon die erin zit.